Huwelijkstest

“Wat is er gebeurd Frits? Ik dacht dat jij en Betsy gingen trouwen…maar nu hoor ik dat je de verloving verbroken hebt.”
     Frits knikte. “Ik ben met haar wezen kamperen.”
     “En? Daar is toch niets mis mee?”

     “Nee, maar wij kampeerden als een test.”

     “Als een test?”
     “Mijn moeder zei dat als Betsy een week lang met me kon kamperen dan zou het ook wel goed komen met een huwelijk. Ze zei dat zij en mijn vader dat ook gedaan hadden. En Betsy…,” zei Frits opgelucht.  “heeft de test niet gehaald.”

     Ik keek hem verbaasd aan en toen Frits mijn verwarring bespeurde zei hij: “Een huwelijk is een serieuze aangelegenheid. Je belooft elkaar trouw door dik en dun, dus je moet elkaar goed kennen. Kamperen gaat heel wat verder dan een afspraakje in het plaatselijke 5-sterren restaurant. Kamperen is een uithoudingsslag. Een test voor je doorzettingsvermogen.”

     Ik dacht even na over de woorden van Frits. Zelf ga ik regelmatig kamperen met de vrouw en de kinderen en geniet ik intens van de natuur. De regen op het tentdoek, de wind door de bomen en de geur van het gras als ik wakker word. Voor mij is kamperen geen uithoudingsslag, maar Frits had daar dus andere ideeën over.

     “Wat ging er mis?” vroeg ik tenslotte.

     “Alles,” antwoordde Frits. “Na de eerste regenstorm waren haar schoenen doorweekt. Toen begon het tentdoek te lekken omdat haar slaapzak  er tegenaan lag. Ik had haar nog zo gezegd om de haringen stevig in de grond te prikken, maar dat had ze niet gedaan. Haar luchtbed ging lek op de tweede nacht en toen moest ze op de stenen ondergrond slapen. Mijn luchtbed kreeg ze natuurlijk niet. Het was tenslotte een test. En dan die rook van het kampvuur...man, man, man. Je had die trien moeten horen klagen. Gewoon niet normaal.  Toen dat everzwijn de scheerlijnen kapot liep en de muggen haar slanke lichaam veranderd hadden in een slagveld had ze er genoeg van. Die laatse dingen waren de spreekwoordelijke druppel die de emmer deden overlopen. Ze is midden in de nacht vertrokken en schreeuwde dat ik haar niet moest volgen.  Nou toen wist ik genoeg.”

“En toen?” vroeg ik.

“Toen heb ik Lizelotje ontmoet.”
“Lizelotje?”
“Ja, die stond in een tentje naast ons. Geweldige meid. Ze is gek op kamperen, dus dat komt wel goed. We gaan over een paar maanden trouwen.”

“En hoe zit dat met een huwelijkstest voor haar?”

“Nee, hoeft niet.” gromde Frits. “Ik kom met haar de week wel door in een tent, maar nu is het probleem dat ze mij wil testen.” Hij trok zijn neus op. “Dat hebben haar vader en moeder ook gedaan.” Hij keek terneergeslagen naar de grond.

“Wat moet je dan doen?”

“Ze wil dat ik een week lang met haar mee ga naar een congres van haar politieke partij. Ze zegt als ik daar doorheen kom zijn we geschikt voor elkaar. “ Hij zuchtte.
“Ik haat politiek en haat politici. Als dat maar goed gaat.”

“Nou,” zei ik, “Wees maar blij dat je getest wordt. Het huwelijk is tenslotte een serieuze aangelegenheid. Je belooft elkaar trouw en—“

“Ja,ja ja…Hou maar op,” sprak Frits. “Aan jou heb ik ook niets.”

Ik knikte. “Succes, Frits. Tanden op elkaar en ontwijk de politieke everzwijnen. Dan komt het allemaal goed.”